Zon en zand

Het is vijfendertig graden. Ik sta met m’n voeten in het zand, hoofd in de zon. 
Ik zou me zomaar ergens op een tropisch strand kunnen bevinden, maar in werkelijkheid sta ik zo’n 500 meter van ons huis met autopech te wachten op hulp.  

En dat is best balen. Want vorige week kreeg ik twee nieuwe lagers en nieuwe remmen. De toeren werden een beetje opgevoerd (ik kon mijn airco niet gebruiken, dan viel de motor stil) en het reed eindelijk weer een beetje smooth. Het getik linksvoor loste ik zelf op; de werkmannen waren na een lange dag sleutelen vergeten om de bouten van het linker voorwiel vast te draaien. Jammer dat ik het pas na twee dagen zag, maar gelukkig nog een soort van op tijd want de band zat er nog op. 

Toen ik van de week echter vertrok, hoorde ik al snel gekraak en gerommel linksachter. WAT NU WEER, dacht ik net, toen m’n auto begon te driften. Ik wilde rechtdoor, maar de achterkant van de auto wilde naar links. Toen besloot ik eventjes te stoppen om te kijken wat er aan de hand was. Ik dook het eerste zijstraatje in en parkeerde zo goed mogelijk aan de kant. Lukte niet helemaal, want de achterkant van m’n auto leidde inmiddels een eigen leven. Dat ik niet meer in de winkel zou geraken besefte ik toen ik zag dat m’n achterwiel er scheef onder stond. Dan vraag je je wel even af wat er nu eigenlijk precies gebeurd is. 

Een paar telefoontjes later sta ik daar dus; voeten in het zand en hoofd in de zon. 
En ik ben niet alleen. Twee jonge meisjes slenteren me voorbij; grote vragende ogen en een voorzichtige glimlach onder de teiltjes water die ze op hun hoofdjes dragen. Een verlegen “bonjour” wordt gevolgd door veel gegiechel en het lukt ze om een eindje verderop in de straat nog eens lachend om te kijken. Zonder te morsen. 

Minder verlegen zijn de twee jongetjes die al grappend en lachend voorbijkomen met hun karren. De jerrycans en emmers zijn nog leeg dus ze maken met veel plezier wat extra meters. De pret stopt als een moeder (of tante, buurvrouw, nicht, grote zus…) hen iets toeroept. Waarschijnlijk heeft ze water nodig en moeten ze een beetje opschieten. Ze is van hoofd tot voeten gehuld in een bordeauxrode abaya. De bochel op haar rug verraadt dat ze een kindje meedraagt. 


Ik voel een druppel zweet over mijn rug naar beneden rollen. Ik verplaats me een paar meter, zodat ik grotendeels in de schaduw kan staan. Ik sta nu voor restaurant Alhamdoulillahi, waar ik minstens 10 keer per week voorbijrijd. Het is nog vroeg op de dag, maar een meneer met rastakapsel stookt de barbecue vast op. Er staat een busje voor de deur, waaruit trays met drinken binnengedragen worden. Het is een komen en gaan van mensen, iedereen lijkt een praatje te willen maken. 

Dan zie ik van rechts een bekende auto naderen. Ik steek mijn hand op en wijs naar mijn auto. De auto parkeert achter die van mij en al snel wordt mij verteld dat het niet mijn wiel is dat scheef staat, maar de chassis. Ik weet niet of ik hier blij mee moet zijn, maar er moet een garage gevonden worden om de boel vast te lassen. Komt goed, wordt me beloofd. 

Nu wil het toeval dat onze achterburen een autobedrijfje hebben. Bij hen had ik ook een sleutel geleend om mijn bouten vast te draaien. Aan de hand van het lawaai en de staat van sommige auto’s ter plaatse, dacht ik altijd dat het een sloperij was. Maar na een bezoekje blijken ze wel degelijk ook reparaties uit te voeren. Zoals beloofd kwam het uiteindelijk goed. Of de auto het nog waard is om zoveel geld in te steken, is een andere vraag. Maar momenteel rijden we weer. En ondanks de leeftijd, of misschien dankzij de leeftijd, is mijn auto wel heel hip. Matzwart is toch in de mode, in de autowereld? Zijn al die jaren zand en zon op het dak en de motorkap toch nog ergens goed voor geweest.