Niet iedereen is even slim

’s Ochtends breng ik altijd eerst Nora naar school, daarna Andres. 
Tegenwoordig drop ik haar aan de poort; hoe minder mensen naar binnen gaan, hoe liever ze het hebben. Maar vandaag ga ik toch eventjes mee naar binnen. Ik moet even iets zeggen tegen de juf en aangezien we moeten betalen voor de tweede termijn, heb ik ook een factuur nodig. De man bij de administratie vraagt of ik eventjes tijd heb; hij moet de computer nog opstarten. Ik antwoord dat ik de grote broer nog naar school moet brengen, maar dat ik anders om 12u vanmiddag de factuur kom ophalen. Als ik Nora weer ophaal. Het lijkt ons allebei een prima idee. 

Ik vertrek op tijd, die middag. Dan kan er nog een praatje vanaf en bovendien wil ik even van de juf horen hoe het met Nora gegaan is. Het is de tweede dag dat ze zonder luier naar school is geweest, en ik hoop op meer succes dan gisteren. Maar als ik het schoolplein op loop weet ik al dat dat niet zo is: op het grasveldje in de zon liggen haar broeken te drogen. Die zullen even moeten wachten, ik ga eerst de factuur ophalen. De meneer verwacht me al, zegt hij. Ik mag even gaan zitten. Daar en dan wéét ik gewoon dat ik alsnog ga moeten wachten. Ik weiger te gaan zitten, hij moet niet denken dat ik alle tijd van de wereld heb. Laat hem maar even zweten. Ik bekijk de schoolfoto’s die aan de muur hangen, en kijk stiekem mee op zijn scherm. Ik zie hem een oude factuur tevoorschijn halen, alle gegevens uitwissen en vervolgens de details van Nora één voor één invullen. Zou hij nu echt niet gesnapt hebben dat het voor allebei handiger en vlotter zou zijn geweest als hij dit even tussen vanochtend 8 uur en nu gedaan zou hebben? 

Veel tijd voor een gesprek met de juf is er niet meer, maar dat ze minimaal 2 keer in haar broek heeft geplast had ik dus al gezien. Juf wil gelukkig wel gewoon doorzetten, dus morgen maar wat extra kleren in haar tasje. Ik heb er nogal een hard hoofd in, het potje interesseert haar thuis bitter weinig. Maar het zou natuurlijk wel leuk zijn om helemaal uit de luiers te zijn! Dus we zullen zien hoe het verderloopt. 

Bij de katten ging het een stuk makkelijker: we zetten een bak met zand op de veranda en ze begonnen als een dolle te graven, plassen en zo verder. Natuurtalentjes. Een week later was ons enthousiasme iets getemperd, aangezien we onder het bankstel een tweede “kattenbak” vonden en het vele graafwerk voor nogal wat extra zand op de veranda zorgde. De bak met zand verdween en de katten vonden, naar het goede voorbeeld van moeder en broers, de weg naar de bosjes. Opgelost! 

Maar ondanks hun goede gedrag, zette ik toch een advertentie voor de katjes op Facebook. Veel meer dan ongevraagd advies over het steriliseren van katten, kwam er eerst niet. 
Toch gooide ik het afgelopen weekend nog een keer online. Je probeert iets he, als je 9 katten hebt…. Binnen no-time had ik een paar privé berichtjes, en dus hebben we momenteel “nog maar” 5 katten. Morgen doe ik nog een poging voor de laatste twee. 
Tiger mag blijven en die andere twee puberjongens raak ik aan de straatstenen nog niet kwijt. Die werden iets te laat aan de mensheid voorgesteld, en zijn daardoor van de minder sociale soort. Vooral de zwarte, Panter, is een beetje vreemd. Maar ja die werd dan ook geboren terwijl Tiger uit mijn kofferbak sprong (voor wie dit voorval gemist heeft, je kunt het hier teruglezen: https://elskeinanderland.com/2020/02/20/2910/). Hij viel zo uit de baarmoeder in het zand, toch een enigszins traumatische geboorte als je het mij vraagt. Ik stofte hem een beetje af en hoopte dat hij het zou overleven. Dat deed hij, maar hij werd er niet slimmer van zullen we maar zeggen. 

Zijn broer is inmiddels al een stuk minder schuw, en komt soms zelfs gezellig op schoot zitten. Stalin heet hij en dat is een rechtstreeks gevolg van de afwezigheid van mij en de kinderen afgelopen zomer. Maar ach, what’s in a name…. We zijn er inmiddels helemaal aan gewend. Zó gewend, dat ik hem riep in de aanwezigheid van de dierenarts. De Russische dierenarts. Dat het een Fries woordje was, mompelde ik er snel achteraan en dat ze bedankt was en tot volgende week dan, daag! Een beetje ongemakkelijk, zeg maar. 

De katten die verdoemd zijn om bij ons te blijven hebben geluk, want wij zitten hier voorlopig nog wel even. En dus zal ik me met liefde en toewijding over ze ontfermen. Of in ieder geval met van die blikken stinkend kattenvoer, daar zijn ze gek op.