Notre dagelijkse struggle met taal

“Bonjour, comment ça va? Et la famille et tout le monde? Et la chaleur? La poussière? Comment va la santé? Et le boulot”? Een standaard begroeting in Niger. Met een simpele “hallo, alles goed” kom je er niet. 

Inmiddels ken ik de gewoonte en zit ik het riedeltje geduldig uit. 
Maar de eerste weken hier vond ik dat nogal ingewikkeld, vooral aan de telefoon. 
Had ik net helemaal bedacht wat ik zou zeggen, en vooral hoe. Wat de mogelijke reacties zouden kunnen zijn en wat ik daar dan weer op kon zeggen. Een hele voorbereiding, en met een bang hartje luisterde ik naar het overgaan van de telefoon. Vervolgens gooide de persoon aan de andere kant van de lijn allerlei vragen naar mijn hoofd. Die ik probeerde te vertalen, want ik had nog niet door dat het een gewoonte was, een soort beleefdheidsvorm. En dat ik dus niet op alle vragen hoefde te antwoorden. 
Halverwege de vertaling raakte ik de draad kwijt, was ik van mijn apropos en vergat spontaan alles wat ik op voorhand had bedacht te zeggen. Met een hakkelend en zeer ongemakkelijk gesprek tot gevolg. 

Nee, dan die kinderen van ons. Niks hakkelen! Nora spreekt een paar woorden Frans, kent een aantal uitdrukkingen en liedjes. En de rest vult ze op met “ça”, “c’est”, “pour” en elke willekeurige combinatie van deze woorden. Ze kakelt erop los. En na lang weerstand te hebben geboden en volhardend te blijven antwoorden met “ja” en “nee”, is ze nu ook eindelijk gezwicht voor “oui” en “non”. 

De talen lopen wel eens een beetje door elkaar. Zo zegt ze vaker “memmie, Nora is tombé” tegen mij dan gewoon Nora is gevallen. En als het eten warm is roept ze “blazen mem, het is chaud!”. Waarop ik blaas, uiteraard. 

Andres maakt zich over de combinatie van ( inmiddels toch al een aantal) talen, een beetje zorgen. Hij opperde “mem, ik denk dat ik niet meer zo goed Engels kan spreken”. Ik zei dat dat vast wel wat mee zou vallen, en waarom hij dat dacht? We keken toch nog tv in het Engels? Dat klopte, en hij verstaat “ook nog goed wat ze zeggen, behalve als Nora teveel lawaai maakt. Maar al mijn letters worden nu Frans op school en dan kan ik toch straks niet meer Engels praten, met die Franse letters”? Ik heb hem gerustgesteld; hij spreekt nu toch ook al Vlaams èn Fries èn een beetje Frans en nog steeds Engels?! Dus hij zal heus niet zomaar de Engelse “letters” vergeten 🙂

Maar ik snap hem ergens wel. We hebben zo lang half in het Engels geleefd; eerst was alles rondom ons Engels, in Zambia, en daarna zat hij op een Engelstalige school, met vriendjes die Engels spraken. Nu is dat allemaal weg en blijft alleen de Engelse tv over en hier en daar een voorleesboekje. En liedjes. 

In Zambia leerde ik een resem aan “nursery rhymes” kennen. De Kortjakjes en kabouter spillebeen uit mijn eigen jeugd maakten plaats voor hickory dickory dock en itsy bitsy spider.  Sinds kort besef ik dat Nora noch de twee beren die broodjes smeren, noch humpty dumpty meekrijgt in haar opvoeding. Ze zingt niets anders dan “nage, nage petit poisson” en “vole vole vole, papillon”. En daartussen een hoop fonetisch gebrabbel. Het zijn twee aparte liedjes overigens, maar ze maakt er een mooi samenhangend geheel van. Soms gaat het even mis; dan zwemt de vlinder en vliegt de vis. Maar dat mag de pret niet drukken. 

Er gaat voor mezelf ook opnieuw een wereld open; die van de Franse chansons. Aangezien je nooit te oud bent om te leren, ben ik aan het googlen geslagen. En me de Franse kinderliedjes eigen aan het maken.
Of ik er in de praktijk veel aan zal hebben is nog maar de vraag, maar Andres en Nora vinden het alvast geslaagd. 

En de liedjes waren niet mijn enige leermoment van de afgelopen week. Want voor wie zich mijn gerepareerde auto herinnert? Die ging dus weer kapot. Gelukkig voelde ik het al aankomen toen ik thuis vertrok, en keerde ik halverwege de straat terug. Ik kon hem nog net parkeren bij onze achterburen, die van de garage. Dat is dus wel de ontdekking van de eeuw geweest. 

De ‘patron’ was er niet en dus beenden Rouki en ik, elk een kind aan de hand of op de rug, richting geasfalteerde weg. Taxi’s komen namelijk niet uit zichzelf de zandstraatjes in, dus die moet je opsnorren langs het asfalt. Maar toen stopte er een auto naast me, met daarin diezelfde patron van de garage. Hij kwam net aangereden, zag mijn auto staan en ontwaarde onze contouren in de verte. De brave man gaf ons een lift naar beide schooltjes. 

De rit in zijn auto was niet persé geruststellend, gezien de staat van zijn auto. Maar hij was oprecht mijn redder in nood. Wij treffen het toch ook overal met onze buren! 
Op de terugweg probeerde ik uit te leggen wat er precies mankeerde. Maar mijn kennis van auto’s is eerder beperkt en mijn vocabulaire op dat gebied ook. Het probleem was dat de auto heel erg schokte tijdens het rijden, en dan stilviel. Het werd een uitleg met veel handgebaren en ikzelf die het geluid van mijn auto probeerde na te doen. Een beetje awkward wel. Maar kijk, het kwam goed. En ergens in de vertaling kan het maar zo zijn dat de buurman verstond dat mijn auto niet snel genoeg reed, want het ding is behoorlijk opgevoerd. Ik vloog nog net niet door de – nog niet geopende – garagedeuren bij mijn eerste vertrek. Maar ik klaag niet, de auto heeft nog nooit zó soepel gereden! Misschien alleen nog even de remmen laten fixen nu 🙃

7 Comments on “Notre dagelijkse struggle met taal

  1. Al wer prachtig en wat fantastisch dat jimme bern aanst sa folle talen sprekke kinne en ferstean.Ik woe dat ik dat koe!!!!

    Like

    • Danke! En ja ik bin der soms ek jaloers op hear, it giet by de bêrn hast fansels! By my is der wat mear wurk oan haha

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: