Fry-day

Als er visite komt, gebeurt het al eens dat die spontaan vragen of ze iets voor ons kunnen meenemen. En met spontaan bedoel ik vóórdat wij ze een lijst opgedrongen hebben, want dat gebeurt anders zeker 😉 
Jan nam op veler vraag (wij waren niet de enigen!) frikandellen voor ons mee. 
En de terugkeer van de frikandel moest natuurlijk gevierd worden. Dus nodigden we wat vrienden uit om vanavond frietjes met frikandellen bij ons te komen eten op de veranda. 

Aangezien wij onze vrienden selecteren op hun eetlust (we eten graag, wel zo gezellig als de vrienden dat ook doen), wist ik gisterenavond dat ik uit mijn pijp moest komen. 
Zes kilo aardappelen had ik gehaald, en eens de kinderen sliepen begon de arbeid: schillen, snijden en daarna voorbakken. Het is dat geschilde/gesneden aardappelen niet goed blijven, anders had ik het voorbakken voor vrijdag ochtend gelaten en was ik tegen 10 uur naar bed gegaan. Maar dat kon dus niet, en zo liet ik net na half 10 een eerste mandje in het hete vet zakken. So far so good.

Tot het tweede mandje erin zat. Toen sprong er een beest in de frituurpan, tussen de frietjes. Een gekko’tje of een HEUL groot insect. Ik schrok eerst een beetje maar ging toen kijken. En zag het nog net openknappen. Net als bij een kaassouffle die te lang bakt kwam de vulling eruit, zal ik maar zeggen. Dat was het moment waarop ik de stekker uit het stopcontact trok en mijn handen voor de eerste keer verbrandde. Want dat vet met die viezigheid erin moest weg! Maar dat is dus niet handig als de ijzeren frituurpan 120 graden warm is. Afkoelen dus. Zowel die pan als ikzelf. 

En dat duurt best wel even. Zeker als het al tegen tienen loopt, dan lijkt het alsof het expres nog wat langer duurt. Eenmaal een soort van afgekoeld (ik brandde me opnieuw, maar dat komt misschien omdat de brandplek van een half uur daarvoor nog niet zo goed tegen de warmte kon) kon het vieze vet eindelijk weg en moest die pan dus schoon. Daarna nieuw vet erin (niet alles zat tegen, want de kans dat ik genoeg frituurvet heb staan als ik het nodig heb, is miniem) en weer opwarmen. Om 22.20 liet ik eindelijk mandje drie zakken. Of eigenlijk mandje twee nog maar, aangezien die vorige in de vuilnisbak belandde. 

Gelukkig was het een mooie avond. En was ik verder ook helemaal niet moe, had geen hoofdpijn en vond het dus heerlijk om nog anderhalf uur buiten te staan en opgegeten te worden door de muggen. Tegen beter weten in probeerde ik wat meer frieten per mandje voor te bakken, maar dan krijg je dus overstromingen en alles gaat eigenlijk alleen maar langzamer omdat het vet steeds afkoelt…. Iets na middernacht was ik klaar, en er ook klaar mee. Toeval wil dat Marc en wat vrienden toen net neerstreken op onze veranda na een drankje in een café. Nog even een afzakkertje, en ik vond dat ik ook wel een drankje verdiend had. Achteraf was het geen slecht idee geweest om gewoon naar bed te gaan, maar leuk hebben we het wel gehad. 

De rest van de week was iets minder verhit. Alhoewel Marc zondag een vervelende, maar al bij al heel erg gelukkige ontdekking deed: Andres zijn paspoort vervalt op 8 februari. 
Dat is vandaag over 10 dagen, en toevallig ook 10 dagen voordat we naar België vliegen. 

Volgens de ambassade hier, die dat weer navroeg bij de ambassade in Ouagadougou, zou een nieuw paspoort nog moeten lukken op tijd. Dus toog ik naar de ambassade voor formulieren en informatie. Sleurde ik Andres tussen het ochtend- en middagprogramma van school mee door de stad om pasfoto’s te laten maken die geschikt zijn voor officiële documenten. En aangezien de paspoorten in Ouagadougou gemaakt worden, en niet in Niamey, moest ik de betaling overmaken naar daar. Dat gebeurt via OrangePay, je weet wel, van die telefoonprovider. 
Alleen heet die sinds kort Zamani en werd het dus Zamani Cash. Allemaal nieuw voor mij, maar gelukkig zit het hoofdkantoor aan de asfaltweg hier iets verderop. 

Daar konden ze me niet helpen; ik moest naar een kioskje op straat. Maar ik heb een officieel bewijs nodig van mijn transactie, kan dat? “Ja hoor”. Nee dus. Gelukkig wist de jongen van de Kiosk dan weer dat ik in de nieuwe winkel moest zijn, naast de Bab Salam. 
Na de nodige wachtrijen alles netjes betaald en terug naar de ambassade. Waar bleek dat de taksen niet vermeld stonden op mijn reçu en ik dus terug moest naar Zamani. Dezelfde meneer en zijn chef bogen zich erover en concludeerden dat het niet mogelijk was om het bedrag inclusief taksen (en dus het bedrag dat ik betaalde) te printen. Terwijl ik bij de ambassade voorbeelden had gezien waarop dat wel het geval was, maar goed…. We vonden uiteindelijk een oplossing in de vorm van een geschreven reçu, waarop ik hem liet vermelden dat zowel de taks voor Niger als die voor Burkina Faso betaald waren. Eind goed al goed. 

Of tenminste, tot zover…. Er kwam net een mail uit Ouagadougou, dat de aanvraag in behandeling is genomen. Fingers crossed dat het allemaal lukt, het is zo al ingewikkeld genoeg om te reizen in deze tijd. En voor wie zich afvraagt waarom we dan toch reizen: voor sommige zaken, waaronder medische, moeten we toch echt in België zijn.